Aantal verwijzingen naar vervolgzorg stijgt, maar nog 8% lager dan verwacht

Huisartsen doen meer verwijzingen naar vervolgzorg dan de afgelopen weken, al is dit nog ongeveer 8% lager dan verwacht. De corona-uitbraak heeft gevolgen voor het aantal verwijzingen en aanvragen van huisartsen naar medisch specialistische zorg. Maar ook bij ander zorgdisciplines zien we het effect; denk aan verwijzingen naar GGZ- en VVT-instellingen, alsook verwijzingen naar fysiotherapeuten of vrijgevestigde GGZ-professional en aanvragen bij laboratoria. Sinds half maart zien we dat bijna 1,7 miljoen verwijzingen en aanvragen naar alle vervolgzorg niet hebben plaatsgevonden, waar dat bij normale omstandigheden wel was gebeurd. Meer verwijzingen dan voorgaande weken Afgelopen week deden huisartsen 304.661 verwijzingen naar alle vervolgzorg. Dat zijn ruim 25.000 verwijzingen minder dan in normale omstandigheden wel zou zijn gebeurd. Dit verschil is echter veel minder groot dan de vier voorgaande weken, toen het verschil gemiddeld 44.000 verwijzingen en aanvragen was. Relatieve stijging in verwijzingen naar alle vervolgzorg
  • Bij ziekenhuizen zien we nog steeds dat zij te maken hebben met de een daling van 19% in verwijzingen en aanvragen (excl. Lab). Vorige week was dit echter nog een daling van bijna 26%.
  • Ook bij zelfstandige klinieken (ZBC) zien we dat de daling afneemt; nu -10%, waar het de week hiervoor nog -14% was.
  • Verwijzingen naar verpleging, verzorging en thuiszorg (VVT) zitten nog 11% onder de prognose. Voor GGZ-instellingen is dit -6%. Voor verwijzingen naar paramedici als fysiotherapeuten en vrijgevestigde GGZ-professionals (ZDvP) is dit -7%.
  • Alleen lab aanvragen (+1%) en teleconsulten (+19%) zijn hoger dan de verwachting was voor 2020.

Artikel delen?

Deel dit artikel op je eigen tijdslijn.

Het laatste nieuws